In explosieveiligheidsstudies (ATEX) duikt één discussie vrijwel altijd op: is deze verbinding een gevarenbron of niet?
Flenzen, schroefdraadverbindingen en afsluiters worden vaak automatisch als gevarenbron aangemerkt. Toch laten normen ruimte om verbindingen buiten beschouwing te laten — mits dit goed wordt onderbouwd. In dit artikel zet ik de normatieve lijn overzichtelijk op een rij.
Wat is een gevarenbron?
Een gevarenbron is iedere plaats waar een brandbaar gas, damp of nevel kan vrijkomen zó dat een explosieve gasatmosfeer kan ontstaan.
De indeling (continu, primair of secundair) is afhankelijk van frequentie en duur van het vrijkomen. In de praktijk worden:
- flenzen
- schroefdraadverbindingen
- pakkingen en afsluiters
meestal gezien als secundaire gevarenbronnen: lekkage wordt niet verwacht bij normaal bedrijf, maar is niet volledig uit te sluiten.
Wanneer is er géén sprake van een gevarenbron?
De normen geven hier verrassend veel houvast.
Volgens NPR 7910-1 (par. 7.5) hoeven bepaalde onderdelen van leidingen en appendages niet als gevarenbron te worden beschouwd.
Maar eerst: wat is een appendage eigenlijk?
Een appendage is een functioneel onderdeel dat in een machine- of leidingwerk is bevestigd om de werking te regelen, te beveiligen of te controleren. Denk aan afsluiters, flensstukken, filters, regelkleppen, meters en veiligheidskleppen.
Wanneer mogen leidingen en appendages buiten beschouwing blijven?
Leidingwerk en appendages hoeven niet als gevarenbron te worden beschouwd wanneer:
- ze geheel gelast of hardgesoldeerd zijn, óf
- kan worden aangetoond dat de verbinding door:
- goed ontwerp
- beproeving (test vóór inbedrijfstelling)
- goede constructie (volgens handleiding en ontwerpnormen)
- goed onderhoud (volgens handleiding en ontwerpnormen)
geen lekkage zal vertonen, zowel bij normale als bij abnormale bedrijfsvoering (bijvoorbeeld hoge drukken, trillingen en temperaturen).
Technisch dicht vs. duurzaam technisch dicht (EN 1127-1)
Dit onderscheid wordt vaak door elkaar gehaald.
De begrippen komen uit NEN-EN 1127-1, waar onderscheid wordt gemaakt tussen:
- Normaal technisch dicht (normal tightness) Een onderdeel is normaal gesproken dicht, maar lekkage is niet volledig uit te sluiten.
- Duurzaam technisch dicht (enhanced tightness) Een onderdeel is lekdicht en zal geen lekkage vertonen, ook niet bij voorzienbare storingen of abnormale bedrijfsvoering.
Belangrijk: enhanced tightness is geen “gevoel”. Het moet worden onderbouwd met inspectie, onderhoud en borging.
Periodiek onderzoek en onderhoud zijn verplicht
Lekdichtheid moet worden gestaafd met:
- periodiek onderzoek (om lekdichtheid vast te stellen)
- periodiek onderhoud (om lekdichtheid in stand te houden)
Een hardgesoldeerde verbinding is bijvoorbeeld alleen technisch dicht als:
- de las correct is uitgevoerd, én
- periodiek wordt gecontroleerd.
Een dubbel mechanical seal met spervloeistof is alleen technisch dicht als:
- de juiste spervloeistof wordt toegepast,
- het niveau wordt bewaakt,
- het seal periodiek wordt vervangen.
Ventilatie en accumulatie: de vergeten randvoorwaarde
Als aanvullende voorwaarde geldt dat er geen accumulatie van brandbare stoffen kan plaatsvinden.
In sommige gevallen is er bij een technisch dichte verbinding nog sprake van diffuse emissie op ppm-niveau. Daarom moet voldoende ventilatie aanwezig zijn om deze emissie te verdunnen tot veilige concentraties.
In de praktijk wordt daarom vaak gesteld dat de lucht op de opstellingsplaats minimaal eenmaal per uur wordt ververst.
Voorbeelden uit NPR 7910-1
De NPR 7910-1 noemt onder andere de volgende situaties als mogelijk technisch dicht:
- asdoorvoeren waarbij lekkage is uitgesloten (zoals dubbel mechanical seal met spervloeistof of -gas of zelfnastellende seals)
- gesloten reduceertoestellen
- flens-, schroefdraad- en knelverbindingen en appendages met een inwendige druk ≤ 0,5 barg (500 mbar)
- flens-, schroefdraad- en knelverbindingen die niet of slechts zeer gering worden blootgesteld aan procestemperatuurvariaties, drukstoten en/of trillingen
- UN-gekeurde verpakkingen kunnen onder voorwaarden als technisch dicht worden beschouwd, mits zij geen ontluchtingsventiel hebben, worden opgeslagen volgens de gebruikershandleiding, correct zijn verzegeld conform de verzegelingsprocedure van de fabrikant, onbeschadigd zijn en zich binnen de geldende keuringstermijn bevinden.
Ook IEC 60079-10-1 ondersteunt dit principe
Ook de NEN-EN-IEC 60079-10-1 kent dit principe: als geen relevante vrijzetting wordt verwacht, of als een vrijzetting zo klein is dat geen gevaarlijk gebied ontstaat, kan sprake zijn van een niet-gevaarlijk gebied.
“Maar er is tóch een klein lek?” – de 100-litergrens
Niet elke lekkage leidt automatisch tot een gevaarlijk gebied.
De NEN-EN-IEC 60079-10-1 hanteert in de beoordelingsmethodiek een grens van 0,1 m³ (100 liter) brandbaar mengsel.
Wanneer je kunt aantonen dat:
- het maximale volume van het brandbare mengsel < 100 liter blijft, én
- voldoende verdunning/ventilatie aanwezig is,
dan kan onderbouwd worden dat geen gevaarlijk gebied ontstaat, zelfs als sprake is van een zeer klein lekdebiet (een zeer kleine lekkage). Dit vraagt om berekening of meting — niet om aannames.
Niet zomaar roepen
In de praktijk wordt soms gesteld dat een verbinding duurzaam technisch dicht is omdat:
- de druk laag is
- er geen trillingen zijn
- er geen druk- en temperatuurschommelingen zijn
Maar dat is onvoldoende.
Enhanced tightness kan niet worden aangetoond door alleen een normregel te citeren. Het moet worden aangetoond door technische én organisatorische maatregelen.
Checklist: wanneer mag je een verbinding buiten beschouwing laten?
Gebruik deze checklist als minimale onderbouwing in je ATEX-studie:
Ontwerp en constructie
☐ Verbinding is gelast/hardgesoldeerd of ontworpen voor technisch of enhanced tightness
☐ Materiaalkeuze en afdichting zijn geschikt voor medium, druk en temperatuur
Dichtheid & monitoring
☐ Periodiek dichtheidsonderzoek of lekdetectie toegepast
☐ Geen aantoonbare lekkage bij passende meetmethode
☐ Monitoring sluit degradatie (corrosie, veroudering) tijdig uit
Onderhoud & bedrijfsvoering
☐ Onderhoudsregime vastgelegd en uitgevoerd
☐ Inspecties volgens handleiding en erkende praktijk
☐ Beheersing bij storingen en abnormale omstandigheden aantoonbaar
Explosieveiligheid
☐ Geen accumulatie van brandbare stoffen mogelijk
☐ Voldoende ventilatie (minimaal eenmaal per uur)
☐ Indien lekkage mogelijk: aangetoond dat het brandbare volume < 100 liter blijft
Documentatie
☐ Afweging vastgelegd in explosierisicobeoordeling
☐ Keuze technisch dicht / enhanced tightness gemotiveerd
☐ Normatieve onderbouwing expliciet benoemd
Tot slot
“Technisch dicht” is geen gevoel, maar een onderbouwde keuze. Wie verbindingen automatisch als gevarenbron bestempelt, mist nuance. Wie ze zonder onderbouwing wegstreept, neemt risico.
De kracht zit in het aantonen.
Call to action (Paltrock-ATEX)
Wil je zeker weten of leidingen, appendages en verbindingen in jouw installatie correct zijn beoordeeld in de zone-indeling? Paltrock-ATEX helpt organisaties met gevarenzone-indelingen, ontstekingsbronanalyse, elektrotechnische inspecties en explosieveiligheidsdocumenten volgens de geldende normen.